Informatie

Er zijn 12 roedelregels namelijk:

  • 1. De alfa slaapt waar hij wil, er mag niemand bij hem zijn.

  • 2. De Alfa bevind zich meestal op een hogere niveau.

  • 3. De Alfa eet als eerst. De rest van de roedel eet de restjes. Behalve als de Alfa het wil bewaren

  • 4. Het bepalen van de rangorde gebeurt meestal met een spel dan met een ruzie.

  • 5. De Alfa wint altijd alle spelletjes

  • 6. Alle leden van de roedel maken plaats voor de hoogste in rang.

  • 7 De hoogste in rang gaat altijd eerst door een nauwe doorgang.

  • 8.  Alle leden van de roedel bewijzen elke dag opnieuw eer aan de alfa.

  • 9. De alfa neemt alle beslissingen in de roedel.

  • 10. Een lager geplaatste gaat nooit naar een lagere, tenzij om hem te bestraffen.

  • 11. Negeren is het recht van een hogere.

  • 12. Een hogere heeft het recht privileges uit te delen.

Richtlijen

Hieronder staan “10 richtlijnen” voor de eigenaar van een ongehoorzame hond, waarmee u een flink eind op weg  moet kunnen komen.

Belangrijk!
De volgende richtlijnen zijn bedoeld als hulpmiddel bij het bepalen van de rangorde tussen u en uw hond. Als u problemen hebt met agressief gedrag van uw hond dient u hulp te zoeken bij een deskundig trainer of gediplomeerd gedragsbegeleider. Bijvoorbeeld ons.
Deze richtlijnen kunnen nooit hun advies vervangen!

  1. De hond mag niet op het bed, op de bank of in de luie stoel. De hond mag eventueel wel in de slaapkamer slapen (om hem te laten merken dat hij bij de roedel hoort). Maar: als u een heel dominante hond heeft wordt ook die slaapkamer verboden gebied.
  2. De ranghogere eet het eerst.  Geef daarom de hond pas eten als het hele gezin al gegeten heeft. Als uw hond nog meerdere keren per dag moet eten neemt u, voordat u de hond voert, zelf ook iets, al is het maar een symbolisch biscuitje.
  3. Natuurlijk gaat u als eerste door een deur of andere nauwe opening, de hond komt pas als u het signaal daarvoor geeft.  De hond mag pas in of uit de auto als u hem daarvoor een commando geeft. Laat de hond opzij gaan als hij in de weg ligt.
  4. Wees consequent in uw omgang met de hond.
    Consequent gedrag betekent bijvoorbeeld dat de hond altijd op de bank mag of nóóit op de bank mag.  Hij begrijpt niet dat het met mooi weer wel, en met natte modderpoten niet mag….En natuurlijk zijn ook uw huisgenoten consequent in hun omgang met de hond. Hij mag niet van de één wel op de bank en van de ander niet.
  5. Als u een commando geeft, zorgt u er ook voor dat het wordt uitgevoerd.  Geef geen commando als u van te voren al weet dat de hond het toch niet zal doen. Beloon de hond als hij een commando netjes uitvoert.
  6. Speel geen trekspelletjes met de hond.
    Apporteren en “speurspelletjes” verbeteren de verstandhouding met de hond. Zorg ervoor dat u het spel stopt vóórdat de hond er genoeg van heeft. Zorg er ook voor dat u het speeltje opbergt als het spelletje is afgelopen.
  7. Negeer aandacht-vragend-gedrag van de hond (kop op je schoot, speeltje voor je voeten gooien, snuit in je hand duwen, hijgen enz.). Haal de hond alleen aan, als hij iets voor u gedaan heeft, en geef geen snoepjes of andere beloningen als de hond niets voor u gedaan heeft
  8. Uw hond mag niet zelf uitmaken of u aan zijn lijf mag komen.  U moet zijn oren, poten, staart enz. kunnen aanraken, en u borstelt hem zo lang en zo vaak als u dat nodig vindt.
  9. Verwaarloos de gehoorzaamheidstraining niet.
    De belangrijkste oefening is “af”: doe deze oefening een paar keer per dag, en wissel hem af met een “af en blijf” van een paar minuten. Doe dagelijks een paar oefeningen, zoals “zit” voordat de hond eten krijgt, “sta” bij het borstelen, enz.
  10. Tijdens wandelingen geeft u de route en het tempo aan. Train de hond in het lopen aan een slappe lijn en in een richting die u bepaalt. Als de hond los loopt en niet op u let, loop dan eens hard weg in de tegenovergestelde richting. U kunt zich ook verstoppen, zodat de hond u moet gaan zoeken.

Comments are closed.